Kulk Elektrotechniek

Uw elektricien in Leiden en omstreken

Storingen

Storingen komen altijd ongelegen en zijn erg vervelend. Er zijn een aantal controle handelingen die u zelf kunt uitvoeren bij een storing.

Zijn alle apparaten en de verlichting uitgevallen, controleer dan eerste even bij de buren of zij nog stroom hebben. Controleer ook of de straatverlichting nog werkt. Mocht dit niet het geval zijn, wacht rustig af of bel uw net beheerder. Hebben uw buren wel stroom en werkt ook de straatverlichting nog, dan moet u uw meterkast controleren. Het kan zijn dat de installatieautomaat of de aardlekschakelaar is uitgeslagen.

Als een installatieautomaat zichzelf heeft uitgeschakeld, ga dan als volgt te werk:

  1. Schakel de betreffende installatieautomaat (groep) weer in.
  2. Schakelt deze zichzelf weer uit, laat hem dan uit.
  3. Schakel in de betreffende groep alle apparaten (ook lampen!) uit en haal de stekkers uit het stopcontact.
  4. Schakel de installatieautomaat weer in.
  5. Sluit één voor één de apparaten aan en schakel ze daarbij in; doe ook de lampen één voor één aan. Bij het inschakelen van het apparaat dat de storing veroorzaakt, zal de installatieautomaat zich weer uitschakelen. Laat het defecte apparaat repareren of vervang het. Indien de groep na enige tijd zichzelf weer uitschakelt is er vermoedelijk sprake van overbelasting (er zijn te veel apparaten op één groep aangesloten).

Als de elektriciteit is uitgevallen, komt dit vaak door een uitgeschakelde aardlekschakelaar. Als u constateert dat één van de aardlekschakelaars op stand 0 staat (= uit, schakelaar staat naar beneden), ga dan als volgt te werk:

  1. Stel vast welk deel (welke groepen) van uw installatie niet werkt. Zet de groepen achter de desbetreffende aardlekschakelaar uit, en zet de groepen één voor één weer aan tot dat de aardlekschakelaar er weer uitspringt. Zet deze groep uit en schakel de overige groepen in.
  2. Schakel in de groep waar u het probleem hebt vastgesteld alle apparaten (ook lampen!) uit en haal de stekkers uit het stopcontact.
  3. Zet de aardlekschakelaar weer aan.
  4. Als dat lukt doet u alle stekkers één voor één terug en schakel vervolgens één voor één de apparaten weer in en de lampen weer aan.
  5. Zodra de aardlekschakelaar zichzelf weer uitschakelt, weet u welk apparaat of welke lamp defect is.

Als de aardlekschakelaar direct na het inschakelen zichzelf weer uitschakelt, terwijl alle apparaten en lampen nog uit en/of afgekoppeld zijn, dan zit er ergens in het betreffende deel van het elektriciteitsnet een defect. Neem dan contact met ons op, wij zijn 24 uur per dag bereikbaar.